De theeplant (Camellia sinensis)

Na water is thee de meest populaire drank ter wereld. De wetenschappelijke naam van de theeplant is Camellia sinensis. De theeplant kan in tropisch en subtropisch klimaat in ideale omstandigheden (met overvloedige regenval en voedselrijke bodem), wel 9 meter hoog worden. Meestal worden theeplanten echter gesnoeid tot een tot anderhalve meter. Dit is de ideale hoogte voor het meest gemakkelijk plukken van de waardevolle theeblaadjes. Snoeien leidt er ook toe dat de plant opnieuw uitloopt en nieuwe jonge theeblaadjes groeien. Wanneer de theeplant goed onderhouden wordt, kan deze meer dan 100 jaar gebruikt worden voor de theeproductie.

Alle thee op de wereld is afkomstig van twee belangrijke ondersoorten: de Assam (assamica) of de Chinese (sinensis). De soort Assam groeit met name in India, Sri Lanka en levert lange, sterk smakende bladeren. De Chinese ondersoort, geteeld in China, Taiwan, Japan en delen van Darjeeling, geven een delicatere thee en heeft kleinere blaadjes.

Het klimaat, geografische plaats, hoogte en kwaliteit van de grond, bepalen in zeer belangrijke mate de kwaliteit van de thee. De plant doet het het best op hoogtes tussen de 600 en de 2200 meter. De hoogste kwaliteit thee groeit op de grotere hoogtes, waar een koeler klimaat heerst en de plant langzaam groeit. Hierdoor ontwikkelt meer smaak in de bladeren. Maar ook op lagere hoogte groeien veel goede thee.